De lach van de orchideeënkweker (deel 1)

.e
Eind vorig jaar schreven de auteurs van Schrijverscafé Oosterhout elk een verhaal onder eenzelfde titel. Er ontstonden zeven totaal verschillende verhalen, die de schrijvers hebben voorgelezen in hun eigen Schrijverscafé ‘de Beurs’ in O’hout. Mijn versie vind je in twee delen op mijn blog. Vandaag deel 1.

.
.
.
Voor het raam Mathilde, in haar handen het glas. Al weken komt ze de deur niet uit. Haar wacht de ultieme uitdaging. Een uitdaging, ja, zo noemt men tegenwoordig toch opdrachten die schijnbaar onuitvoerbaar zijn? Zoals de opdracht een verhaal te schrijven met een tevoren bepaalde titel. .

.

Verstrikt geraakt in deze zichzelf opgelegde schrijftaak vecht Mathilde tegen de windmolens die rondspoken in haar schrijversgeest. Al dagen wordt ze uit haar slaap gehouden door vragen waarop antwoorden verlossing moeten brengen. Wordt het proza of dichtkunst? Welk genre kies ik, welke vorm? Hoe moet de toon zijn, uitbundig of ingetogen, ernstig of humoristisch? Ga ik eens een thriller proberen of kies ik voor een streekroman?
Aan nadenken over de inhoud is ze niet eens toegekomen. Woorden blijven haken achter de randen van haar brein. Moe is ze, moe van alles wat zich schuilhoudt in haar hoofd, niet uit haar pen wil vloeien. Geen letter krijgt ze op papier; zij, die, in de ban van oude schrijvers, ooit visioenen had van een vervullend schrijverschap.

Het waren vooral de dichters die haar tot voorbeeld strekten, dichters als Leo Vroman:

Gedrukte letters laat ik U hier kijken,
maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,
mijn hete hand uit dit papier niet steken;
wat kan ik doen? Ik kan U niet bereiken.

Mathildes moeder las haar jeugdige opstellen en voorspelde haar een grote toekomst. De verzen hield Mathilde voor zichzelf. Bloemrijk de taal van de zestienjarige, met zijn overdaad aan beelden. Mathilde koesterde zich in de lente van haar dichterschap, stelde haar schatten veilig in een la van haar bureau.
Lente werd zomer en schrijversbloed kroop waar het soms wil gaan; Mathilde verliet het pad van de dichter; een carrière als romanschrijver werd haar nieuwe toekomstbeeld. Ze zou een beroemd auteur worden, een begaafd auteur op de eerste plaats. Ze zou een excuus hebben zich te onttrekken aan de beknellingen van familie en vrienden, noemde dit Het geluk van de eenzaamheid, naar een essay van Connie Palmen.
In spanning zou de literaire wereld wachten. Men zou begrip hebben voor die noodzaak zich af te zonderen. “Mathilde, die moet je nu met rust laten”, zou men zeggen; “Mathilde schrijft aan haar nieuwe roman.”

Tv-presentator Abdelkader Benali heeft Connie Palmen geboekt om te praten over liefde, over verlangen en pijn. De schrijfster zegt zinnen zoals Mathilde ze zou willen schrijven. Rouw is verliefdheid zonder verlossing.
Mathilde vult haar glas. Haar schiet een ander citaat van Connie Palmen te binnen dat ze onlangs ergens heeft gelezen: “Mensen die maar blijven wachten op het geluk […] wachten op iets wat nooit komt.” Mathilde wil niet lijdzaam wachten, zo moeilijk kan het toch niet zijn een verhaal te schrijven over een personage dat orchideeën kweekt, een plantenfreak met een lach op zijn gezicht. Maar het is dit personage dat nu al veel te lang haar schrijvershand geketend houdt, de orchis als obsessie. De bloem die ‘teelbal’ heet in onze taal.
Mathilde staart in haar glas, alsof ze daar het antwoord vindt op de vraag of ook Connie Palmen haar titels bedenkt al voordat ze aan een nieuwe roman begint. Titels die, eenmaal gekozen, niet meer veranderd mogen worden; titels die een ultiem beroep doen op verbeeldingskracht, op schrijverschap. Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates; langzaam en nadrukkelijk spreekt Mathilde de woorden hardop uit. Zo’n boektitel is toch niet te vergelijken met haar eigen bedenksel over de grimassen van een bloemenman.
Misschien is ze te gewoontjes voor een schrijfster, moet ze haar levenswijze veranderen. Een excentriek uiterlijk, een omgeving die tot de verbeelding spreekt; dat zou de motor kunnen zijn om te produceren. Haar boeken schrijven in sigarettenrook, de borrel als bondgenoot, een Connie Palmen gelijk. Mathilde huivert in de trui die ze nu al dagen draagt, de ooit zo warme trui van haar ingeslapen muze. Zwart zaad is het wat haar plantenkweker zaait en schraalhans is keukenmeester in zijn bloementuin. Daar groeit niks, daar bloeit niks, nét als in die woordentuin van haar. Paddenstoelen zou hij moeten kweken, paddenstoelen maar nee, voor hem moet het de teelbal zijn.
De fles is leeg, haar glas opnieuw gevuld. Mathilde brengt een toast uit op haar schrijverschap. Afgelopen zal het zijn met deze vruchteloze plantenman. Verhaallijnen zullen zich aftekenen in haar hoofd, zullen tekst worden. Desnoods uit een verruimde geest.

Lees HIER deel 2

©IngridvandenBergh / november 2011
.
Advertenties

Over ingridvandenbergh

In mijn blog deel ik graag mijn passies met anderen. Passies op het gebied van schrijven, taal en beeldende kunst. Soms raakt de inhoud aan gevoelens en gedachten van anderen en ontspinnen zich dialogen die mij bij het schrijven niet voor ogen stonden. Ik vind dat boeiend en laat het graag gebeuren.
Dit bericht werd geplaatst in Boeken, proza en poëzie, literatuur, Podia en Musea, proza, proza & poëzie, proza en poëzie, Schrijverscafe Oosterhout, Verhalen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

26 reacties op De lach van de orchideeënkweker (deel 1)

  1. s Limerick zegt:

    Een verhaal over een schrijfster. Dat zou zo maar autobiografisch kunnen zijn, Ingrid.

  2. thrammy zegt:

    Veelbelovend begin! Benieuwd hoe het verder gaat. Het lijkt op de tweede stem die het schrijven begeleidt. Ooit heb ik die vorm geprobeerd: een tweestemmig boek, een roman vanuit een dubbel perspectief. Ik had het gezien bij Coetzee, de Zuidafrikaanse schrijver. Hij had het ook letterlijk uitgevoerd, ook in de lay-out. Halve pagina vanuit het ene en halve pagina vanuit het andere perspectief. Bijzonder. Ook hierin herken ik het, stukje als de making of en een ander stukje vanuit een andere hoek. Veel succes!

  3. jokezelf zegt:

    Ik ben erg benieuwd naar het vervolg.

  4. Bart zegt:

    Ik ga morgen lezen, Ingrid – nu een beetje te druk en ongedurig ervoor, door allerlei geklus en andere besoignes… :-)
    I’ll be back!

  5. fulpsvalstar zegt:

    Benieuwd naar het vervolg.

  6. Het doet me goed dat jullie de tijd en aandacht wilden opbrengen om al deze woorden te lezen (en er volgen er morgen nog meer;-)

  7. jannemanavatar zegt:

    Ik verwonder me over de passage, waarin je creatief diverse uitdrukkingen en dubbele betekenissen hebt verwerkt:
    ‘Zwart zaad is het wat haar plantenkweker zaait en schraalhans is keukenmeester in zijn bloementuin. Daar groeit niks, daar bloeit niks, nét als in die woordentuin van haar. Paddenstoelen zou hij moeten kweken, paddenstoelen maar nee, voor hem moet het de teelbal zijn.’
    groet van jan

  8. Pingback: De lach van de orchideeënkweker (deel 2 – slot) | Schrijfkunst

  9. Bart zegt:

    Een beklemmend writer’s block, en vergeefse pogingen tot doorbraak…zal die in deel twee komen…? :-)

  10. Annet zegt:

    Wat mooi beschreven die worstelingen….

    En dat orchis teelbal betekent:)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s