Schrijfruimte aan Otto van Oosterhout met ‘Versluiering of: Ontspoorde belasting’

Beste blogvrienden,
Graag introduceer ik bij jullie mijn schrijversvriend Otto van Oosterhout. Sinds ik mij kan heugen delen wij een passie voor schrijven. Omdat Otto geen weblog bijhoudt geef ik hem graag de ruimte om een verhaal op mijn blog te publiceren. Otto schrijft proza, meestal in de vorm van een kort verhaal of column of een genre daar tussenin.
Wellicht blijft het bij één keer maar omdat het gezegde nou eenmaal voorschrijft dat je nooit “nooit” moet zeggen zien jullie in de toekomst wellicht meer van zijn schrijfsels op mijn blog.
Otto zal regelmatig de reacties bekijken. Hij is gewend aan stevige maar opbouwende kritiek dus maak van je hart geen moordkuil. Eventuele tegenreacties van Otto zet ik integraal in de reactieruimte.
.

Versluiering of: Ontspoorde belasting

Bij de volgende treinhalte stapt een jonge vrouw de coupé  binnen. Ze komt naast me zitten en slaat haar kortberokte benen over elkaar. Met  haar heupen warm tegen die van mij schik ik, niet helemaal op mijn gemak, een beetje in. Spoorslags pak ik de draad van mijn boek weer op: Versluiering van het schrijvers-echtpaar Monaldi & Sorti. Vóór deze onderbreking was ik verdiept in een citaat van ene Petrus van Alvernia, één van de belangrijkste filosofen en theologen aan het eind van de XIII eeuw:
Wil je de tirannie in stand  houden dan is het beter om hen die uitblinken in macht of rijkdom te doden,  want dergelijke lieden hebben de middelen om in opstand te komen tegen de  tiran. In de tweede plaats is het beter om de wijzen te doden, want dankzij hun  wijsheid kunnen ze de wegen vinden om de tirannie te verdrijven. Bovendien moet  je geen goede scholen toestaan, want wijzen hebben een hang naar grootse zaken en  komen gemakkelijk in opstand. De tiran moet de onderdanen elkaar laten  beschuldigen en zelf verwarring stichten, zodat een vriend het oneens is met een vriend, het volk tegen de rijken is, de rijken onderling in conflict en  iedereen tegen de buitenlanders. Aldus verdeeld zullen zij niet het idee  krijgen om tegen de tiran op te staan, te druk als ze zijn met elkaar te haten.
Je moet onderdanen veel zware belastingen opleggen om ze te verzwakken. De  tiran moet voorwenden dat hij voortreffelijke deugden bezit zodat de onderdanen  hem superieur wanen. De meest onsympathieke maatregelen, zoals belastingen,  moeten nooit van hem afkomstig lijken, maar van anderen die hem dwingen, zoals  een buitenlandse vijand.
Terwijl ik bedenk dat onze huidige hoogwaardigheidsbekleders  in binnen- en buitenland dit profetische citaat kennelijk goed hebben  bestudeerd, voltrekt zich naast mij het in bus en trein vooral bij vrouwen geliefde  ritueel: tas openmaken, speeltje eruit halen, klep omhoog zetten en het daarvan  afgeleide werkwoord ten uitvoer brengen.
Vanaf dat moment lees ik nog wel de woorden van Monaldi  & Sorti maar ontgaat mij hun samenhang. Ongewild luister ik mee naar de conversatie  die naast mij cadanst met de wielen van de trein. Een man een woord; een vrouw  een heel notebook. Ik probeer mij af te sluiten, de draad van mijn literaire  thriller op te pakken maar enkel versluiering is mijn deel. Ik leg het boek op  mijn schoot, de pagina’s open zodat een schuinse blik van de vrouw naast mij  haar zou kunnen leren dat het manspersoon aan haar zijde een boek probeert te  lezen. Tevergeefs.  Met een zucht vouw ik  een groot ezelsoor op de pagina waar ik was aanbeland en klap het boek dicht. Maar  alle seinen staan op groen en de vrouw dendert gewoon door. Als zij dan ten slotte tot  stilstand komt stopt ze een kabeltje in haar social-medium en haakt ze een microfoontje in elk van haar toch wel bevallige oren.
Bevallig of niet, weldra is het een monotoon ‘tsjing –  tsjing – tsjing’ dat mijn concentratie opnieuw verstoort.
Een halte of drie verder moet ik overstappen. Ik verheug me  al op het vervolg van mijn reis en mijn boek. Ik hoop op een lege coupé, bij  voorkeur een waar de letters  s i l e n c  e  vanaf de ramen oproepen tot sociaal gedrag. Ik stop mijn boek in mijn rugzak en maak aanstalten op te staan. Mijn buurvrouw heeft voor even haar klep gesloten en niets staat mij in de weg haar ten afscheid iets mee te geven.
‘Nog een prettige reis verder’ zeg ik terwijl ik mijn rugzak over mijn schouders sjor. Ze tilt haar hoofd op en kijkt me aan, met ogen die  nog verwijlen in de virtuele wereld van Apple Macintosh. Haar handen, zo-even  nog druk in de weer met het opnieuw ontblote toetsenbord, blijven even zweven in  de lucht.
‘Ik wens u een prettig college zo meteen’ vervolg ik mijn afscheidswoord,  de onvrijwillig ontvangen Jobs-tijdingen indachtig. ‘Ik hoop voor u dat de  professor u matst met een voldoende en dat hij vandaag de les een keertje niet laat uitlopen. Let u de komende weken ook extra op de calorietjes en vergeet u uw afspraak bij de mondhygiëniste niet, aanstaande donderdag?’
De onderkaak van mijn medereizigster is intussen zover  gezakt dat ik de noodzaak van het gevreesde tandartsbezoek wel in ogenschouw moet nemen. Eenmaal goed op stoom  besluit ik mijn afscheidswoord adequaat af te ronden: ‘Wees een beetje lief voor uw vader en voor ik het vergeet, doe de groeten aan uw kleptomanische  moeder. Wens haar maar beterschap en vooral ook veel sterkte met het uitzitten van haar straf.’
Zonder de jonge vrouw nog aan te kijken verlaat ik de coupé.  Wachtend op mijn overstap haal ik de column, die ik thuis uit de weekkrant heb  geknipt, uit mijn binnenzak: TAX ME van Tom Noldus. Mij afvragend of er een  link bestaat tussen de titel van de column en het belastende citaat van Alvernia begin ik te lezen:
Tax me. Met deze  noodkreet riep de Amerikaanse multimiljonair Warren Buffet de politiek op de inkomstenbelasting voor hemzelf en andere superrijken te verhogen. Zijn  regering helpen het begrotingstekort terug te dringen zonder dat de lasten weer  op de rug van de klein man neerkomen.
Volgens Noldus zijn er in Amerika meer dan één altruïstische gegadigde om, als topverdieners, extra belastinggelden te doneren. De columnist  schetst ons ook een beeld van de situatie in eigen land dat toch ‘een enigszins  ander beeld’ vertoont. Geen enkele aanvoerder van de Quote 500 bijvoorbeeld zou zich tot nu toe als weldoener hebben gemeld. Noldus besluit zijn uitvoerige  uiteenzetting met de (wellicht retorische) vraag of Henk, Ingrid, Achmed en Fatima dan maar voor de oplopende kosten moeten opdraaien en concludeert:
De kleine man mag niet  de dupe worden van de fouten van de grote jongens. […] Als de regeringen de  superrijke jongens te weinig aanpakken én de politiek de man in de straat wil  sparen, rest natuurlijk de vraag wie dan in vredesnaam voor de kosten moet  opdraaien.
De columnist vreest dat u en ik wel weer het kind van de  rekening zullen worden. Onevenredig zware financiële belastingen trekken  ongetwijfeld een wissel op onze koopkracht. Waarmee toch een duidelijke link tussen de titel van de column en de tirannieke raadgevingen van Petrus Alvernia wordt blootgelegd. Maar dat is niet de enige link die hier aan te wijzen is. De  belastende maatregelen van onze gezagsdragers durf ik gerust als diefstal te betitelen. En daarin schuilt onmiskenbaar een link met de ontspoorde moeder van een mij opgedrongen reisgezel.

Oktober 2011 / ©Otto van Oosterhout

.

Advertenties

Over ingridvandenbergh

In mijn blog deel ik graag mijn passies met anderen. Passies op het gebied van schrijven, taal en beeldende kunst. Soms raakt de inhoud aan gevoelens en gedachten van anderen en ontspinnen zich dialogen die mij bij het schrijven niet voor ogen stonden. Ik vind dat boeiend en laat het graag gebeuren.
Dit bericht werd geplaatst in Boeken, proza en poëzie, columns, literatuur, Otto van Oosterhout, proza & poëzie, Verhalen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

7 reacties op Schrijfruimte aan Otto van Oosterhout met ‘Versluiering of: Ontspoorde belasting’

  1. reinjohn zegt:

    Heel erg leuke bijdrage met prachtige vondsten. Ik heb het met plezier gelezen en van mij mag Otto nog veel vaker hier iets laten lezen!!
    Groet.

    • Hallo Reinjohn hier Otto’s reactie:

      ‘Dag, reinjohn,
      Jij verwoordt heel treffend waar ik het voor doe: de lezer vermaken, hem laten lachen of hem ontroeren. En inderdaad, altijd op zoek naar schrijversvondsten.
      Dank.
      Groet van Otto.’

  2. Nu, een heel goed verhaal, met plezier gelezen.

  3. Bart zegt:

    Welkom, Otto! :-)
    Een goed geschreven, grappig verhaal, waarin ik zeker ook wat meevoel van de vervangende schaamte die je overvalt als mensen hun hele privé hebben en houwen over je uitstorten – ongevraagd, natuurlijk…
    Graag gelezen!

    • Hallo Bart hier Otto’s reactie:

      We hebben er allemaal weleens last van, (ongewild) deelgenoot te worden van de besognes van anderen. Het doet me goed te horen dat mijn schrijftrant de ergernis voelbaar kon maken voor jou als lezer.
      Het was me een genot de dame in kwestie van repliek te dienen al heb ik er al schrijvende een schepje bovenop gedaan. We schrijvers schrijven, liegen en verzinnen de waarheid nou eenmaal; het is ons lot.

  4. Pingback: Toch maar een eigen webblog | ottovanoosterhout

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s