De ware kunstenaar

Enige tijd geleden reageerde ik in onze krant op uitspraken die verslaggever Leon Krijnen deed in een artikel over kunstenaars, in diezelfde krant.
Mijn reactie:

In zijn column Kunstenaars van zaterdag 12 januari, raadt Leon Krijnen kunstbeschouwers aan vooral niet te proberen kunst te begrijpen. Kunst zou er volgens Krijnen niet mooier op worden als er, al dan niet door de kunstenaar zelf, uitleg bij wordt gegeven.
Betrap ik Leon Krijnen hier op een vooroordeel, op een misvatting zelfs? Al twijfelt hij aan de wijsheid “Vertrouw de kunst, maar niet de artiesten”, Krijnen stelt dat men beter niet met beeldhouwers, schilders, dichters en andere kunstenaars in discussie kan gaan over hun werk. Maar uit zijn betoog is mij niet gebleken dat hij ooit een poging daartoe heeft ondernomen. Een gemiste kans, de ware kunstenaar immers zoekt nadrukkelijk de
dialoog met de beschouwer. Sterker, hij bestaat bij de gratie van die dialoog. Hiermee wordt niet bedoeld dat de kunstenaar zijn werk perse uit wil leggen met woorden; de kunstenaar communiceert in de eerste plaats door middel van de kunst zelf.
Daaraan vooraf gaat de dialoog tussen de maker en zijn werk. Werk dat voor de kunstenaar de manier is om zich uit te drukken; werk dat nooit willekeurig tot stand komt.

Voor het oog onzichtbare betekenissen schuilen er in de kleuren, vormen en lijnen, het ritme, de ordening en de compositie van een kunstwerk. Dit gaat op voor alle kunstuitingen, van architectuur tot schilderkunst, van dichtkunst tot fotografie en muziek.
De ware kunstenaar hoopt dat het kunstwerk, door de hiervoor genoemde middelen en beeldende aspecten, op zijn beurt een dialoog aangaat met de beschouwer. Die communicatie  wordt door de Russische kunstenaar Wassily Kandinsky (1866-1944) “werking” of “klank”genoemd.

In Blue, Wassily Kandinsky, 1925

Ter illustratie een voorbeeld uit de schilderkunst. Bij een schilderij ligt het voor de hand een waardeoordeel over het schilderij te baseren op wat het oog laat zien. Zodra men de betekenis kent die de kunstenaar aan zijn kleuren en vormen geeft, zal men anders kijken naar diens werk. Kandinsky bijvoorbeeld wilde harmonie in zijn schilderijen brengen door tegengestelde kleuren te gebruiken. In kleurcombinaties als warm oranje tegenover ingetogen blauw, dieprood tegenover het koele groen,  felgeel naast ingetogen paars versterken kleuren elkaar en brengen evenwicht. Zodra de beschouwer een schilderij bekijkt met deze informatie als leidraad zal hij het kunstwerk – en daarmee de intenties van de kunstenaar – beter begrijpen. Zijn waardeoordeel zal, behalve op wat hij met het oog kan waarnemen, ook gebaseerd zijn op een abstracte werkelijkheid, een werkelijkheid die onzichtbaar is voor het oog.

Zodra de beschouwer bereid is naar kunst te kijken met een open blik, zonder vooropgezette meningen of visies te formuleren, is de ware kunstenaar bereid zijn werk toe te lichten. Zelden zal hij daarbij criteria als ‘mooi’ of ‘lelijk’ hanteren.
Wellicht heeft Leon Krijnen de ware kunstenaar nog niet ontmoet. De ware kunstenaar die niet de discussie zoekt maar de dialoog. De kunstgenaar voor wie zijn werk pas echt is geslaagd als de beschouwer er nieuwe betekenissen in ontdekt.

Oosterhout, Ingrid van den Bergh, (dichter/schrijver/essayist) januari 2008
Advertenties

Over ingridvandenbergh

In mijn blog deel ik graag mijn passies met anderen. Passies op het gebied van schrijven, taal en beeldende kunst. Soms raakt de inhoud aan gevoelens en gedachten van anderen en ontspinnen zich dialogen die mij bij het schrijven niet voor ogen stonden. Ik vind dat boeiend en laat het graag gebeuren.
Dit bericht werd geplaatst in beeldende kunst, literatuur, poëzie, proza en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

29 reacties op De ware kunstenaar

  1. Er moet altijd interactie zijn, dat is de waarde van kunst.

  2. het lijkt me dat Leon Krijnen nu de handschoen gaat oppakken en bij je aanbelt

  3. antoinette, jij begrijpt het beter dan de verslaggever bij de krant.

    Jan: meestal zijn dergelijke lieden behept met een gezonde dosis eigenzinnigheid c.q. halsstarrigheid. Maar misschien geeft hij ons in stilte gelijk.

    Weet iemand van jullie hoe je het volgende ongedaan kunt maken?>
    Ik drukte per ongeluk op Ctrl f en toen kwam mijn blog (en andere blogs die ik open) in een kleiner beeld te staan.
    Ik krijg het niet meer hersteld.

  4. Bart zegt:

    Ingrid: straks ga ik lezen, en proberen iets verstandigs te zeggen… :-)
    Maar nu eerst wat dat Ctrl f betreft: als ik dat zelf doe, krijg ik een onschuldig balkje beneden, waarin ik kan zoeken.
    Maar wat jij krijgt duidt op tekstverkleining, dat krijg je normaal ook met de Ctrl knop, samen met het minteken.
    Die instellingen kun je herstellen door Ctrl 0 (dat is nul, het cijfer) in te drukken, als het goed is, probeer maar.
    Succes!

  5. Bart zegt:

    Ha, gelukkig maar, Ingrid! Dit soort dingetjes, daar komen we samen meestal weer uit – en nog een beetje wijzer ook…
    En nu blozend aan het avondeten ;-)

    PS…en ik kom natuurlijk nog even ‘inhoudelijk’ terug, zoals beloofd…

  6. jan krosenbrink zegt:

    Ingrid, schrijft Leon Krijnen niet zelf iets wat ook voor kunst kan doorgaan? Zo ja, dan zou je een practical joke kunnen overwegen: je gaat hem ‘under cover’ interviewen over zijn werk

    • Heb hem eens “gegoogled” maar hij schrijft uit gewoonte niet over kunst. Ik vrees dat hij het onderwerp destijds willekeurig op zijn bordje kreeg geschoven en zoals onze vaders ons al zeiden: “Wat er op je bordje ligt moet je opeten”.

  7. Bart zegt:

    Ja, met wat uitleg en toelichting kan de waardering voor en het begrijpen van een kunstuiting, denk ik zelf ook, gediend zijn.
    Van de week plaatste ik een muziekbijdrage van Gillian Welch, met haar liedje Orphan girl.
    Ik vertelde wat over haar muziek, en…over het feit dat ze zelf geadopteerd was, en (dus) enig recht van spreken had…
    De impact daarvan op het liedje en hoe dat ervaren wordt is aanzienlijk, vind ik, en een goed voorbeeld van terechte, en zinnige, verduidelijking of toelichting.

    • Wellicht een goede vergelijking die je daar maakt, Bart. Ik ga zo eens naar je bijdrage kijken.

      Wat uitleg bij kunst betreft denk ik altijd in de eerste plaats aan abstracte kunst. De zogenaamde voorstellingsloze kunst heeft meer uitleg nodig dan haar figuratieve evenknie. Al moet ik zeggen dat in realistische kunst ook met bepaalde symbolieken word gewerkt die je er als beschouwer niet meteen uithaalt. Dus hoe je het ook wendt of keert, een beetje uitleg kan bijdragen tot beter begrip en meer waardering.

      Al blijf ik altijd zeggen dat je naar kunst vooral moet KIJKEN, kijken en nog eens kijken.

  8. Bart zegt:

    Bij meer abstracte vormen van kunst werkt toelichting en duiding inderdaad nog duidelijker. Bij de meeste ‘harmonische’ muziek, bijvoorbeeld, en figuratieve kunst, zien we dat het wel vanzelf spreekt, ja.
    Maar goed kijken, en nog eens kijken, is en blijft het belangrijkste (en luisteren, bij muziek…) :-)

  9. In stilte gelijk geven? Dat zou zomaar kunnen

  10. Annet zegt:

    Ingrid, ga nu even een bammetje eten maar kom terug…
    Ik ontvang niets van OBA dus er ontgaat me heel wat….

    Het is niet anders, ik hoop dit niet vergeten te lezen over kunst!

    Lieve groet A.

  11. Annet zegt:

    Voor mij is kunst: gevoel. Gevoel en stilte…..

  12. Bart, Kijk, luister en…

    Paco, welkom; in stilte is meestal de verstandigste weg…

    Annet, gevoel + stilte = intuïtie. Bedoel je dat ook een beetje?
    Kan je je niet aanmelden bij OBA?

  13. Johan zegt:

    Zonder de bedoeling van de kunstenaar te weten, is het vaak toch moeilijk om werken helemaal te doorgronden.

  14. bert deben zegt:

    in elk geval een boeiende discussie, waarbij ik eigenlijk de beide standpunten wel kan begrijpen.
    Ik ging onlangs naar een tentoonstelling van Anselm Kiefer in Antwerpen en was behoorlijk onder de indruk van diens werk, de uitleg er bij vond ik gevoelsmatig totaal overbodig, zelfs storend bij momenten. Anderzijds is het net door wat extra uitleg bij andere tentoonstellingen of kunstwerken, dat ik deze plots wel interessant vond (of net niet, want soms kan een kunstenaar zo uit z’n nek lullen over zijn kunst dat het duidelijk is dat hij meer een verkoper is dan een kunstenaar …).
    Zelf geef ik, indien gevraagd, wel uitleg bij mijn gedichten, maar het liefst van al laat ik ze toch een eigen leven leiden. Ik vind het dan weer wel grappig om te horen hoe anderen mijn gedichten lezen – het gebeurt zelfs dat ik er dingen door ontdek die ik er zelf niet (bewust) in had verwerkt, of zelfs soms een totaal andere visie te horen krijg.
    Uitleg bij kunst op voorhand uitsluiten is kortzichtig vind ik – je zou dan ook maar meteen een hoop kunstrichtingen moeten afschaffen – maar het hoeft zeker niet altijd.

    • Wat van toepassing is op beeldende kunst geldt inderdaad ook dichtgkunst, Bert. Ik zeg je na dat het waardevol is als lezers iets in je gedicht ontdekken dat jij er niet (bewust) hebt ingelegd. Zelf zeg ik altijd dat het gedicht dan aan zijn tweede leven begint. Sterker: het gedicht is niet af op het moment dat de dichter er de laatste hand aan legt.
      Misschien is het gedicht wel nooit af, zeker niet zolang het wordt gelezen.

  15. Jacopone zegt:

    Ik denk dat heel veel kunstenaars hun creaties achteraf uitleggen. Kunst moet voor zich zelf spreken, maar tegenwoordig is de kunstenaar belangrijker dan zijn werk.
    De ellende is begonnen met Duchamp met zijn urinoir, wat kunstenaars zagen als een vrijbrief om hun gang te gaan.

    • Met kunstwerken als het urinoir van Duchamp reist weer eens de vraag wat kunst nou eigenlijk is. Is zo’n urinoir kunst te noemen? Moet kunst een functie hebben of een (maatschappelijk) belang dienen? Lees mij hierover op https://ingridvandenbergh.wordpress.com/2011/01/24/kunst-en-het-maatschappelijk-belang/
      Jij zult ongetwijfeld met lede ogen aanzien dat het destijds verguisde kunstwerk in onze eeuw werd verkozen tot het meest invloedrijke kunstwerk van de 20e eeuw. Dat betekent dus dat de onderhavige jury oordeelde dat deze pispot kunst genoemd mag worden. Maar wie zijn zij dat zij dit beweren. Zijn zij al ooit ergens een definitie van kunst tegengekomen?

  16. bert deben zegt:

    He Ingrid,
    Eigenlijk had ik net zelf een beetje een geëxperimenteerd met een bijdrage, die ik een jaar geleden met een andere titel nog op het VK-blog plaatste en nu dan met nieuwe titel en andere foto op mijn nieuw blog plaatste :
    http://bertdeben.blogspot.com/2011/04/t-is-vredig-in-dat-hoofd-van-mij.html
    Een beetje raar, maar de reacties zijn deze keer van een veel serieuzere aard, op toch hetzelfde gedicht, waarbij ik me dan afvraag (ook in een eigen reactie) of het enkel de andere illustratie is die het verschil van aanvoelen maakt, of ook een beetje een andere (eventueel toevallige) sfeer bij de lezers zelf …
    Het blijft boeiend …

  17. Jacopone zegt:

    Ingrid, je zegt ‘Krijnen stelt dat men beter niet met […] kunstenaars in discussie kan gaan over hun werk. Maar uit zijn betoog is mij niet gebleken dat hij ooit een poging daartoe heeft ondernomen.’
    Maar verderop ‘[…] de kunstenaar communiceert in de eerste plaats door middel van de kunst zelf.’

    Je betoog bevat heel veel zinnigs, maar zit ook vol tegenstrijdigheden. :-)
    Groet van Jaco

    • Bert, best een moeilijke vraag maar goed om het je af te vragen. Een antwoord is niet zomaar te geven maar hier zie je wel zo’n voorbeeld van een gedicht met meerdere levens.

    • Jacopone, dank voor je inbreng. Ik stel het zeer op prijs als mijn lezers kritisch zijn.

      De regel “Maar uit zijn betoog […]” had ik beter met het woord “en” kunnen beginnen zodat het een voortvloeit uit het ander.

      De zin: “De kunstenaar communiceert in de eerste plaats d.m.v. de kunst zelf” is wat ik erover zeg. Dat kan dus verschillen van de mening van Krijnen, zonder dat dit een tegenstrijdigheid vormt in mijn betoog.

  18. Wat een kunstenaar voor zinnigs of onzinnigs over zijn of haar eigen werk zegt hangt erg af van de manier waarop het tot stand is gekomen. Je kunt iets maken op een volmaakt intuitieve manier, en er zelf maar een slag naar slaan, terwijl je publiek meer afstand heeft en onmiddelijk ergens de vinger op weet te leggen. Er zijn veel gradaties.
    Ook in de verbale en communicatieve vaardigheden van die kunstenaar en van de leden van dat publiek. Het is niet als een pond suiker dat waardevast is zolang iedereen een zoetekauw is. Het is eerder als een diffuus gegeven dat aan waarde wint of inboet naar gelang de toevallige response die het krijgt. Een kunstwerk wordt geboren, en moet maar hopen op een gezonde aflevering en een goede begeleiding, hetzij van de kunstenaar, hetzij van ieder ander die erbij staat te kijken. En daar zit geen garantie op.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s